AI-samenvatting met bronnen · 3 min · editie 2027
Het fietsparcours van 70.3 Nelson Mandela Bay: 90 km waar de wind de baas is
Twee rondes langs de kust van Gqeberha, hoogtemeters waar de bronnen het niet over eens zijn en een bekend scenario: wind in de rug op de heenweg, een muur van lucht op de terugweg.
Twee rondes, één tegenstander
Het fietsparcours is 90 km over twee rondes. Je start vanaf de boulevard van Marine Drive, rijdt door de stad, gaat naar buiten richting een keerpunt en komt terug tussen kust en glooiend platteland tot Hobie Beach. Op papier is het een snel parcours. In de praktijk hangt bijna alles af van de wind.
In 2024 zijn de raceverslagen eensgezind: wind mee in de eerste 40 km, tegenwind over de volledige laatste 50. Een atlete beschrijft de terugweg als een langzame uitputtingsslag, met brute tegenwind over het hele tweede deel. Een ander verslag uit datzelfde jaar spreekt van windstoten die in de loop van de uren toenamen, en noemt het een van de zwaarste wedstrijddagen ooit. Het is geen incident: Gqeberha is een winderige stad, en de wind voel je al tijdens het zwemmen.
Hoeveel klim je echt
Hier spreken de bronnen elkaar tegen, en dat zeggen we je eerlijk. Het officiële cijfer is 487 hoogtemeters op een 'rolling' profiel. PJAMM, dat parcoursen met eigen instrumenten meet, komt op circa 768 m en noemt het parcours 'hilly'. Het verschil is niet triviaal: bijna 300 m op 90 km verandert je verzetkeuze en je tijdsinschatting. Het steilste stuk, nog steeds volgens PJAMM, haalt circa 7% over een paar honderd meter: kort, maar na 60 km tegenwind voel je dat.
Het praktische advies: stem je voorbereiding af op het zwaarste scenario. Is je thuisparcours vlak, bouw dan krachttraining in op lichte hellingen (3-5%) en lange ritten met vals plat die je in aeropositie rijdt.
Verzetten en wielen
Met pieken van 7% en veel rolling heb je geen bergcassette nodig, maar ook geen puur vlaklandverzet. Een mid-compact met 11-30, of compact met 11-28, dekt alles en houdt je cadans op het valse plat in de tegenwind. Over de wielen: ben je niet stabiel bij zijwindstoten, laat dan de hoge velgen thuis. Een medium velghoogte voor is een verstandig compromis; extremere opties overweeg je alleen als je echt ervaring hebt met harde wind.
Het pacingplan
De klassieke fout op dit parcours staat in de verslagen: je voelt je een raket in de eerste 40 km met wind in de rug, gaat over je target heen, en betaalt de rekening in de laatste 50 km plus de halve marathon. Pacing doe je op vermogen of op gevoel, nooit op snelheid. Vuistregel: blijf in de eerste ronde 3-5% onder je vermogenstarget. Als de wind duwt, ga je toch hard. Die marge investeer je op de terugweg in de tegenwind, waar het verschil tussen wie gedoseerd heeft en wie niet zich meet in minuten en in benen voor het lopen. Ter oriëntatie op tijden: 3:00 op de fiets is een gemiddeld doel op dit parcours; op een erg winderige dag tel je minuten bij je plan op en maak je er geen drama van, want iedereen telt ze erbij.
Wat te doen tussen nu en de race
- Ga fietsen op winderige dagen, vermijd ze niet: leer in aero te blijven bij zijwind en je inspanning te doseren in de tegenwind.
- Doe minstens één lange rit van 90 km met de eerste helft bewust afgeremd en de tweede op target: simuleer de dynamiek van de race.
- Test je verzetten op een parcours met 500-800 hoogtemeters en check of je cadans houdt op de korte hellingen.
- Doe minstens twee brick-trainingen fiets-loop na zware ritten met tegenwind: het lopen wordt hier op de fiets beslist.