AI-samenvatting met bronnen · 4 min · editie 2026
Het fietsen in Busselton: 90 km vlak waar de wind alles bepaalt
Eén ronde, 103 meter hoogteverschil en geen excuus om gas terug te nemen: zo bereid je je voor op (op papier) het snelste fietsonderdeel van je kalender en pak je het aan.
Negentig kilometer zonder één echte klim
Het fietsonderdeel van de 70.3 van Busselton is één ronde van 90 km met in totaal 103 m hoogteverschil. De maximale stijging volgens GPX is 3,3%: er is nooit, nergens een echte klim. Het asfalt wordt in race reports als goed omschreven, en de organisatie presenteert het parcours als een van de snelste ter wereld. De cijfers geven ze gelijk. Maar let op: snel is niet hetzelfde als makkelijk. Verschillende reports, ook van de full distance die hetzelfde wegennet gebruikt, vertellen over dagen waarop "vlak" urenlang non-stop werken betekende, zonder één meter herstel. Een atleet die de editie 2025 van de 70.3 reed, vat het goed samen in de titel van zijn video: hij haalde niet de tijd die hij wilde, uitgerekend op "the fastest course in Australia".
De echte tegenstander: de wind
Op vlakke kustwegen is de wind de factor die de race beslist. Het kritieke punt zijn de "vinger"-stukken (cul-de-sacs) in het tuart-bos: je rijdt een arm in met wind mee, draait aan het eind om en hebt hem ineens tegen, en in de begroeiing kunnen windstoten onvoorspelbaar van richting veranderen. Er zijn geen specifieke gedocumenteerde winddata voor de 70.3, maar reports van de full in hetzelfde gebied melden sterk wisselende omstandigheden per jaar: rustige edities en edities met harde wind. Je moet trainen om constant vermogen te houden tegen de wind in, alleen, zonder visuele referentiepunten: geen groep, geen klim die je vertelt hoe hard je moet duwen.
Aeropositie: de training die bijna iedereen mist
Zonder afdalingen om op adem te komen en zonder klimmetjes om andere spieren te gebruiken, zit je vrijwel de hele tijd op je ligstuur: van 2 u 15 tot ruim 3 u 15, afhankelijk van je niveau. Nek, trapezius en onderrug geven het eerder op dan je watts als je ze niet hebt voorbereid. Concrete test: doe in de laatste 8 weken minstens twee lange ritten waarbij je in blokken van 40-50 minuten in aeropositie blijft zonder omhoog te komen. Als de positie in training niet houdt, houdt hij in de race ook niet. Er bestaat een virtuele simulator van het parcours, en dat is een goede manier om te voelen hoe eentonig de vereiste beweging is.
Pacing: de rekening komt later
Op een PR-parcours is de verleiding om er meteen vol in te gaan. Weersta die. Houd je geplande watts aan gedurende de hele eerste helft. Met wind mee ga je bijna gratis hard: voeg geen vermogen toe om er "van te profiteren". Tegen de wind in: kijk naar je watts, niet naar je snelheid. Lage km/u tegen de wind is normaal, de extra watts om dat te compenseren zijn de fout die je op de halve marathon terugbetaalt. Richttijden, onze eigen schattingen en geen officiële data: 3:15 voor een relaxte finisher, 2:50 voor een gemiddeld doel, 2:30 voor wie op een snelle race mikt, 2:15 voor de top age-groupers.
Verzet en materiaal
Met een maximale stijging van 3,3% is de cassette geen thema: aerodynamica telt. Hoge velgen renderen hier, maar als je licht bent of weinig gewend aan zijwind, overweeg dan een middelhoog profiel vooraan: in de vingers van het bos kunnen windstoten je verrassen. Uit de reports komt een praktische tip: zachte bidons (soft flasks) om bij de verzorgingsposten te vullen, zo verlies je geen tijd en geen materiaal.
Wat je nu moet doen
Drie concrete acties. Eén: plan twee lange simulaties in aeropositie met blokken op constant vermogen, bij voorkeur op winderige dagen. Twee: bepaal nu je wattage voor het eerste uur en schrijf het op waar je het ziet. Drie: oefen in training het aanpakken van bidons al rijdend. De cut-off voor het fietsen is 5 u 30 vanaf je start: voor bijna iedereen geen probleem. Het echte probleem is in T2 aankomen met benen om nog 21 vlakke kilometers te lopen.