AI-samenvatting met bronnen · 4 min · editie 2027
180 km tegen de passaatwind: zo pak je het fietsparcours van Lanzarote aan
Eén ronde, 2.500 hoogtemeters en wind van 30-50 km/u: hier win of verlies je de race op de fiets, vooral in het noorden van het eiland.
Het fietsparcours van de full distance op Lanzarote is de reden waarom deze race zijn reputatie heeft. Het zijn niet de beklimmingen: 2.500 m D+ over 180 km is minder dan bij andere alpenraces. Het is de wind. Constante passaatwinden van 30 tot 50 km/u, op een vulkanisch eiland zonder bomen, zonder schaduw en zonder beschutting. Diverse race reports en parcoursgidsen zeggen het duidelijk: de wind verandert de race van uur tot uur.
Het parcours in segmenten
Het is één enkele ronde, en dat telt: er is geen tweede doorkomst om fouten te corrigeren.
- Van Puerto del Carmen naar het westen: je rijdt langs de rand van de lavavelden van Timanfaya. Golvend terrein, vaak met wind mee of zijwind. Hier gaan veel atleten te hard.
- Femés: de eerste echte klim. Kort, maar een goede graadmeter: zit je hier al boven je drempel, dan ben je verkeerd gestart.
- Naar het noorden, Tabayesco: lange, goed te rijden klim, maar open en winderig.
- Het stuk Haría – Mirador del Río: volgens de wedstrijdinfo en gidsen het zwaarste deel van het parcours. Je klimt naar het hoogste punt, boven de 400 m, vaak met tegenwind. Hier vertalen watts zich niet in snelheid en geeft het hoofd het eerder op dan de benen.
- De terugweg: van Teguise en Yaiza richting Puerto del Carmen, meestal met gunstigere wind. Dit is het stuk om tijd terug te pakken, als je nog benen hebt.
De wind is de echte technische uitdaging
Het probleem is niet alleen tegenwind: het zijn de constante wisselingen tussen wind mee, zijwind en tegenwind. Met zijwindvlagen van 40-50 km/u wordt een hoog wiel een op hol geslagen roer. De parcoursgidsen en atletenverslagen zijn eensgezind: wielen met een gemiddeld profiel (maximaal 40-50 mm), geen dichte schijf. Ook de keuze tussen TT-fiets en racefiets maak je op deze basis: voel je je niet zeker in aero-positie bij zijwind, dan is een racefiets met opzetsturen een legitieme keuze.
Verzet: licht. De klimmen in het noorden met tegenwind rijd je op cadans, niet op kracht. Een cassette van 11-32 of vergelijkbaar is niet voor beginners, maar voor mensen die hier al eens geweest zijn.
Pacing: concrete cijfers
De vuistregel uit de wedstrijdinfo is simpel en moet je letterlijk nemen: 70-75% van FTP in het eerste derde deel, als de wind helpt en de weg lekker loopt. De klassieke fout is de eerste 60 km met droomgemiddelden rijden en daarna ontploffen tussen Haría en de Mirador. Wind mee geeft je gratis snelheid: die hoef je niet in watts te betalen. Bewaar je watts voor de stukken tegenwind, waar elke watt meer waard is.
Ter oriëntatie qua tijden: een ontspannen finisher sluit de bike af rond 7:30, een sub 12 in 6:25, een sub 11 in 5:50, wie voor een slot gaat rijdt rond de 5:25. Vergelijk met je eigen referenties op vergelijkbare parcoursen en bouw marge in: de gemiddelde tijd ligt hier hoger dan bij vrijwel alle andere Europese full distances.
Hitte en hydratatie op de fiets
Al halverwege de ochtend meer dan 25 °C, nul schaduw, droge lucht die je zweet laat verdampen voor je het voelt. Uitdroging op de fiets betaal je terug in de marathon. Plan je bidons op de verzorgingsposten, niet op je dorstgevoel, en kom in T2 aan met een blaas die nog werkt.
Wat te doen tussen nu en mei
1. Zoek de wind op: gebruik je meest open routes voor de lange ritten, met stukken tegenwind en zijwind, ook met je racewielen. 2. Test je materiaal: een snelle afdaling met zijwindvlagen vertelt je meteen of de gekozen wielen de juiste zijn. 3. Oefen je pacing: een simulatie van 4-5 uur op 70-75% FTP met een opbouwend slot bootst de logica van de race na. 4. Beslis nu over je verzet, niet in de wisselzone: kom je bij de Mirador aan met 39x28 als lichtste verzet, dan ga je dat nog lang onthouden.